“Jongens vanmiddag hebben we een leuke middag op school”. We beginnen met taaktijd en daarna hebben we project. Een luid yes, yes was te horen in de klas. Ik zie ontzettend veel blije gezichten. Niet iedereen kijkt blij. Boris is stil en kijkt strak voor zich uit. Zou hij niet de eerste moeten zijn die zou willen roepen jippie jeeh. Wat is er met Boris aan de hand?

Taaktijd houdt in dat de kinderen een half uur zelfstandig werken. Ze krijgen drie verplichte opdrachten; daarbij kunnen ze zelf bepalen in welke volgorde ze de opdrachten willen maken; daarna mogen ze een keuze maken uit extra, vrije opdrachten. Het was echt moeilijk te geloven dat Boris taaktijd niet leuk vond. Puzzeltjes, raadsels en rebussen passend bij de lesstof van de week, dat zou toch om te smullen moeten zijn?

Ik heb even tijd nodig om te inventariseren of Boris de enige was die taaktijd niet leuk vond. Even later zie ik nog vier kinderen schuchter hun vinger opsteken toen ik vroeg of er nog meer kinderen waren die taaktijd niet leuk vonden. Het zit me niet lekker, dus reden te meer om in gesprek te gaan, vooral met Boris. “Boris, misschien kan jij me helpen. Ik begrijp niet waarom jij taaktijd niet leuk vindt”. Ik hoor een hele diepe zucht. En toen…….niets. Ik wil bijna de stilte verbreken toen Boris begon te vertellen.

“Juf, de eerste drie opdrachten moeten af. Ik mag de volgorde zelf bepalen, maar niet echt kiezen. Als ik nog met de eerste opdracht bezig ben, zie ik de anderen al naar de groepstafel lopen om keuzeopdrachten te pakken. Dat vind ik niet leuk! De vorige keer…….diepe zucht……was ik te laat want na een half uur is de tijd om……….toen had ik net mijn opdrachten af die af moeten”. Met een rood gezicht en tranen in zijn ogen kan hij nog net zijn laatste zin eruit krijgen. Hij knippert met zijn ogen. Ik hoor wat gesnif, Boris kijkt naar de grond, begint een beetje in zijn kastje te rommelen en dan ……wordt het heel stil, heel stil.

Tja, daar sta je dan als leerkracht met je beste bedoelingen.”Boris, wat heb jij goed verteld wat er aan de hand is. Ik zal zorgen dat jij ook tijd krijgt om de keuzeopdrachten te maken”. Boris zegt niets maar vervolgt dan. “Juf, kan ik vanmiddag dan ook Piccolo (een spel met reken- en spellingopdrachten) doen?” “Natuurlijk”, zeg ik. Een big smile verschijnt op Boris’ gezicht. Juf, dan vind ik taaktijd heel erg leuk”.

Het is stil in de klas. Iedereen begrijpt dat er voor Boris een last van zijn schouders is gevallen. Ook de andere kinderen die tegelijk met Boris hun vinger hadden opgestoken zijn stil.

“Wil er nog iemand wat zeggen?”, vraag ik. Annemarie steekt haar vinger op. “Dus juf krijg ik ook minder verplichte opdrachten?” “Ja”, zeg ik.”We spreken af dat iedereen in de klas aan vrije opdrachten toekomt”. Ook Annemarie kijkt zichtbaar opgelucht en zegt dan heel zachtjes: “Dan kan ik eindelijk ook woord zoeken, want daar ben ik heel goed in”. “Wat hebben jullie me goed geholpen door uit te leggen wat jullie lastig vinden”, zeg ik blij.

Opgelucht bedenk ik hoe belangrijk het is om kinderen de gelegenheid te geven hun gevoel te verwoorden. Tegelijkertijd realiseer ik me dat wij als leerkrachten en ouders maar al te vaak uitgaan van ons eigen idee en invullen hoe het voor een kind is. We staan er vaak niet bij stil dat een kind een totaal andere ervaring heeft dan wij verwachten.

Van Boris heb ik veel geleerd!