“De kamer van mijn zoon is weer een ontzettende puinhoop” zuchtte een moeder die ik ken. Herken je dit probleem als ouder? Elke week haalt je zoon of dochter overal en nergens briefjes, tekeningen, boeken, speelgoed en kleren vandaan. Om vervolgens te laten rondslingeren in de kinderkamer. “Ruim je je kamer even op” is een veel voorkomende en voor de hand liggende vraag, maar ook de uitvluchten zullen zeker bekend zijn. “Ik zal het doen maar eerst moet ik nog huiswerk maken, ik weet niet of ik dat wel kan of het is zoveel”. In de praktijk komt van het opruimen weinig terecht maar waardoor komt dat eigenlijk? Willen ze niet of is er iets anders aan de hand?

Wat vraag je

In mijn praktijk geef ik na de instructie altijd een opdracht om te kijken of de lesstof goed verwerkt is. Ik vraag die ik als eerste aan mijn leerling stel is: “Wat moet je doen?”

Als kinderen die vraag kunnen beantwoorden weet je dat ze begrijpen wat er van ze verwacht wordt. Kunnen ze hem niet beantwoorden dan weet je dat de opdracht niet duidelijk is.

De tweede vraag is: “Hoe ga je het doen?” Vaak is deze vraag moeilijker dan wij verwachten.

Een kind moet kunnen verwoorden hoe hij/zij stappen gaat zetten om de opdracht te kunnen maken. Het kan zijn dat daarvoor een hulpmiddel nodig is.

Stel, Karel uit groep 4 moet de som 5+8 uitrekenen. Hij weet wat er van hem verwacht wordt en geeft aan dat hij de getallenlijn (hulpmiddel) wil gebruiken.

Op de lijn zet hij:

              5               3

________________________________

5                  10              13

Hij heeft 5 aangevuld tot 10 en vervolgens nog 3 bijgedaan.

Hij heeft de goede stappen gezet, de strategie klopt. Nu kan hij de som maken en kijken of hij het antwoord goed heeft en de bewerking goed uitgevoerd heeft. Het geeft houvast om volgens een vaste structuur te werken.

Structuur

Nog even terug naar het opruimen van de kamer. De vraag ‘hoe ga je het doen’ is heel belangrijk. Laat je kind zelf verwoorden hoe hij/zij het aan gaat pakken. Komt het er niet uit, help dan door structuur aan te bieden. Bijvoorbeeld:

Je kan beginnen om je kleren in de kast te leggen. Ook kan je een stappenplan maken, een lijstje (hulpmiddel) met wat moet er gebeuren. Heb je je kleren opgeruimd dan kan je dat van het lijstje schrappen. Ook kan je afspraken maken over de tijd die je denkt nodig te hebben. “Je gaan tien minuten opruimen en dan kijken we wat klaar is van het lijstje”. Lukt het dan nog niet dan kan je helpen met het opruimen van de kleren om duidelijk te maken hoe je dat kan doen.

En die rommelkamer? Voor je het weet vraagt je zoon of dochter:

“Mam wanneer ruim je de schuur eens op? Ik wil wel een lijstje voor je maken”.